Aanvullende reactie op onderzoek Algemene Rekenkamer ‘Handhaven in het duister’

Vorige week woensdag heeft de Algemene Rekenkamer het rapport ‘Handhaven in het duister’ gepubliceerd. Hierin staan de bevindingen van een onderzoek naar de aanpak van milieucriminaliteit en –overtredingen. In dit bericht geven wij als zes Brzo-omgevingsdiensten een reactie op dit rapport.

De zes Brzo-omgevingsdiensten hebben met belangstelling kennisgenomen van het rapport. Het is goed dat dit thema aandacht krijgt door het onderzoek van de Rekenkamer. Zoals ook in het rapport staat, milieuovertredingen zijn meestal onzichtbaar. Het milieu meldt zichzelf niet, milieuovertredingen worden vastgesteld door ernaar te zoeken.

Het is ook goed dat er aandacht is voor datagebruik om effectiviteit van onze inspanningen te kunnen meten. Het is mooi om te zien dat de Rekenkamer erin is geslaagd om een kwantitatieve doorsnede te maken. Het rapport laat zien dat er nog een wereld te winnen is op het gebied van het inrichten van de informatiehuishouding. De verbinding met de klimaatdoelen en de noodzaak om strafmaatregelen in verhouding te krijgen met milieueffecten en het belang van de maatschappij, zijn eveneens belangrijke zaken die terecht worden genoemd in het rapport.

Dit onderzoek is hoofdzakelijk gebaseerd op informatie in landelijke datasystemen. Er is geen nader onderzoek in de uitvoeringspraktijk gedaan. Deze kwantitatieve insteek leidt tot een versmalling van de focus waardoor relevante kwalitatieve aspecten, bijvoorbeeld op het vlak van gedragsbeïnvloeding, handhavingscommunicatie, ‘nudging’, niet tot uiting komen terwijl deze wel bepalend zijn voor de effectiviteit van ons optreden. En dat vinden wij als 6 Brzo-omgevingsdiensten een gemiste kans. 

Een voorbeeld daarvan is de conclusie dat er bijna nooit een bedrijf door een omgevingsdienst wordt stilgelegd. Als een omgevingsdienst zich inzet om een bedrijf vanwege veiligheidsrisico’s zelf de productie te laten stoppen, is dat niet terug te zien in de cijfers, terwijl het feitelijk een beter resultaat is, met waarschijnlijk meer positieve lange termijneffecten. Een combinatie met de kennis en ervaringen van omgevingsdiensten uit hun praktijk, had de rapportage versterkt.

Het rapport kent ook een aantal waardevolle conclusies en aanbevelingen, die ook overeenkomen met de aanbevelingen uit het rapport van de commissie Van Aartsen. Hier gaan we dan ook verder mee aan de slag. Dit doen we samen met het Rijk, landelijke inspectiediensten, het Openbaar Ministerie, provincies, veiligheidsregio’s, waterschappen en de andere omgevingsdiensten. Dit rapport kan een extra impuls geven aan deze samenwerking en omgevingsdiensten meer slagkracht geven. Wij denken hierbij ook aan de juiste, landelijke financiële randvoorwaarden om te kunnen investeren in de benodigde digitale producten. Het moet ons van het hart dat de inspanningen die we in ons samenwerkingsverband BRZO+ de afgelopen jaren hebben geleverd om substantieel te kunnen investeren in datasystemen, steeds opnieuw gestuit zijn op onvoldoende financiële middelen vanuit het Rijk. Wij hopen en verwachten dat de aanhoudende aandacht voor de noodzaak van ons werk gaat helpen om nu wel voldoende gelden los te maken.

De zes Brzo-omgevingsdiensten zetten graag samen met onze partners de stappen die nodig zijn om zo effectief mogelijk ons werk te doen voor een veilige en schone leefomgeving. Dat vraagt om heldere doelen, passende afspraken, vasthoudendheid en concrete acties op de aanbevelingen. Daar gaan we met elkaar voor.


*Brzo staat voor Besluit risico’s zware ongevallen, deze wetgeving ziet toe op de bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. De zes Brzo-omgevingsdiensten zijn; Omgevingsdienst Groningen (Groningen, Drenthe, Fryslân), Omgevingsdienst Regio Nijmegen (Overijssel, Gelderland, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (Noord-Holland, Flevoland, Utrecht), DCMR Milieudienst Rijnmond (Zuid-Holland en Zeeland), Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (Noord-Brabant) en RUD Zuid-Limburg (Limburg).